Nu zou dit hele verhaal allang vergeten zijn als Emo zijn reis niet had opgeschreven. En juist dit reisverslag geeft zo goed weer wat de mensen bezig hield in de vroege middeleeuwen. Het origineel ligt nu veilig opgeslagen in de universiteits-bibliotheek van Groningen.
Emo’s reis, 800 jaar geleden is een schitterende leidraad door de culturele, politieke en religieuze ontwikkelingen van Europa aan het begin van de 13de eeuw. In die periode was Europa in heftige beweging. In de voorafgaande eeuwen waren steden opgeleefd en hadden handel en nijverheid zich snel ontwikkeld. Daardoor ontstond er een nieuwe kloof tussen arm en rijk, waardoor de discussies over de rijkdommen van de kerk oplaaiden. Devote begunstigers hadden een voorkeur voor de nieuwe kloosterorden, zoals Emo’s Premonstratenzers, die de nadruk legden op soberheid en noeste arbeid. Bovendien kwamen er kerk-kritische bewegingen op die voor de opperste armoede kozen. Ze werden eerst als een gevaar voor de Kerk beschouwd en verketterd, zoals de Waldenzen. Maar terwijl er sinds 1209 een officiële kruistocht tegen de Albigenzen werd gevoerd, besefte de kerk dat het beter was de bewegingen van Dominicus en Franciscus te aanvaarden. Toen Emo zijn reis ondernam, hadden de Franciscanen net hun eerste pauselijke erkenning gekregen. Ook op het gebied van kennis en cultuur was er van alles in beweging. Door vertalingen uit het Arabisch kwam allerlei klassieke kennis, die lang ontoegankelijk was geweest, ter beschikking.. Nieuwe inzichten over de aarde en het heelal werden ontwikkeld. Er was een nieuwe spanning tussen ratio en religie voelbaar, waarbij aan de ene kant steeds meer kennis de kracht van de rede voedde, terwijl aan de andere kant wondergeloof en devotie aan de basis stonden van pelgrimages en heiligenverering.
De beeldende kunsten en architectuur bloeiden op het raakvlak van al deze ontwikkelingen. De Romaanse bouwstijl die eeuwenlang de toon had aangegeven in Europa maakte plaats voor de Gotiek. De reis van Emo voerde hem langs tal van plaatsen waar de nieuwe glorie van de Gotiek de eerste resultaten had geboekt, of waar men juist begon met het ontwerpen en bouwen van kloosters en kerken in de nieuwe stijl. Zo was in Soissons, waar Emo de nacht van 1-2 december 1211 verbleef, het schitterende vroeg-gotische koor dat we nog steeds kunnen bewonderen, vrijwel klaar. Een gedenksteen in de kerk vertelt dat de wijding plaatsvond op 13 mei 1212. Maar overal in de ‘Blauwe Banaan’ van Europa botte creativiteit uit in een culturele lente. Dit begrip van de ‘Blauwe banaan’ is ontwikkeld door sociaal-geografen voor de sterk verstedelijkte zone van Europa, ruwweg van L onden tot midden-Italië in de periode vanaf het midden van de 19de eeuw. Daar zouden alle innovaties zijn ontstaan. Het is boeiend te zien hoe vrijwel diezelfde zone ook in de 13de eeuw de bakermat van vernieuwingen was.
Emo’s vriend en metgezel Hendrik de bouwmeester moet in verrukking alle kerken en kapellen langs de route hebben aanschouwd. Emo zelf was meer een man van de geschreven kennis. Voor hem moeten de scriptoria van de kloosters langs de route kostbare schatten hebben bevat, zoals de manuscripten uit Cîteaux. Cisterciënzers verhieven het schrijven en verluchten tot een combinatie van vroomheid en kunst.
Op de heenweg was Emo’s passage van de Mont Cenis van 26-28 december 1211 een waar heldenstukje. Langs dezelfde route reisden handelaren, boden en keizers; het was ook de route die Hannibal volgde. Maar vrijwel iedereen vermeed de periode van november tot eind februari, als de kou het hevigst en de sneeuw het hoogst was. Voor Emo was het absoluut noodzakelijk om Rome tijdig te bereiken.
Ook het Rome waar hij 50 dagen verbleef, was in heftige beroering. De Albigenzenkruistochten, de dreiging van de Moors-Arabische troepen in Spanje, de verwikkelingen op de Balkan na de dramatisch verlopen – en feitelijk mislukte Vierde Kruistocht – en de hervormingsdynamiek in de Kerk hielden paus en Curie bezig. Innocentius III was in dubbel opzicht een bouwpaus. Hij bouwde aan de macht en het apparaat van de kerk en hij stimuleerde de verfraaiing en uitbouw van kerken en kloosters in Rome. Dat was meest nog in de Romaanse stijl, maar vaak met schitterend cosmatisch inlegwerk in zuilen, tronen en vloeren. Door Renaissance en Barok is het Rome van rond 1200 vaak aan het oog onttrokken, maar voor wie goed kijkt is er nog verrassend veel te zien.
Emo’s terugreis voerde hem via Bologna, Milaan en Como over de San Bernardinopas – die hij op 26 mei 1212 passeerde, naar Zwitserland’, dat nog niet toe was aan de droom van de onafhankelijkheid en de mythe van Wilhelm Tell. Hij reisde langs ongelooflijke en nauwelijks bekende pareltjes van 12de en 13de-eeuwse kunst, zoals het kerkje van Zillis. Via de Schlucht van de Via Mala en over de Walensee, om uiteindelijk vanaf Basel de Rijn te volgen. Daar betrad hij het gebied waar de strijd om het keizerschap tussen Otto IV van Brunswijk en de jonge Frederik II op het punt stond in volle hevigheid uit te barsten. Een gebied ook waar in die periode een vreedzame coëxistentie tussen de Joodse gemeenschappen in plaatsen als Speyer, Andernach en Mainz heerste.
Tussen Straatsburg en Keulen reisde de Gronings-Friese abt per boot, om het laatste stuk opnieuw te voet af te leggen. Emo had een overwinning geboekt op het systeem, maar had ‘en route’ ook een geweldige hoeveelheid indrukken opgedaan.