Crossbill Guides zijn de perfecte gidsen voor de natuurliefhebber (en voor degene die het kunnen worden). Ze geven uitgebreide informatie over het landschap en de flora en fauna van een gebied. Maar ook bruikbare wandelroutes, fietsroutes en zelfs autoroutes. Mooie foto's van de landschappen, de vogels en dieren. Crossbill natuurgidsen behandelen meestal een groot Europees natuurgebied zoals de Cota Donana in Spanje. Maar ook onbekende natuurgebieden in Oost-Europa zijn vertegenwoordigd zoals de Biebrza moerassen en het Bialowieza oerbos in Polen. Crossbill guides zijn er verder van de Extremadura, Sierras van Zuid-Spanje, Camargue, Le Crua/ Les Alpilles en het Hortobágy nationaal park in Hongarije en de Cevennen in Frankrijk. Hoewel ze door de Nederlandse vereniging voor veldbiologie worden uitgegeven, zijn de gidsen Engelstalig. Crossbill Guides.
Het verhaal achter deze bijzondere serie: met dank aan de Volkskrant.
Geschreven door Caspar Janssen.
Deze maand kwam de achtste reisgids uit in een serie die Europese natuurgebieden centraal stelt. Alle vijftig soorten orchideeën van de Cevennen komen erin aan bod.
Zes jaar geleden bezocht de jonge, Nijmeegse bioloog Dirk Hilbers (nu 32) het Poolse nationaal park Bialowieza, het enig overgebleven laaglandoerbos in Europa, een begrip bij natuurbeschermers. ‘Op het eerste gezicht leek het er saai. Niets wees erop dat dit oerbos was. Je zag rechte lijnen met bomen, als in een productiebos. En nergens informatie. Het kleine gedeelte echte oerbos was nauwelijks te vinden.’
Toen ontstond het idee: ‘Over zo’n beroemd gebied moet informatie komen, vond ik, bezoekers moeten kunnen meekijken door de bril van natuurkenners. Anders raken ze teleurgesteld; als je niet weet wat er bijzonder is aan een natuurgebied, voel je niet snel de noodzaak dat te beschermen.’
Hilbers bedacht een ambitieus plan: er moesten natuurreisgidsen komen over alle belangrijke Europese natuurgebieden. In het Engels, voor een geďnteresseerd, maar breed, Europees publiek. ‘Heel gek, het barst van de reisgidsen, maar over de gebieden die samen de staalkaart vormen van de Europese natuur, bestond helemaal niets.’
Met een kleine startsubsidie van de Stichting Doen kon Hilbers in 2002 de Crossbill Guides Foundation oprichten en de eerste gids maken, over Bialowieza. Met hulp van anderen schreef hij daarna gidsen over de Camargue in Frankrijk, over Hortobágy in Hongarije, over de Biebrza-rivier in Polen en over drie gebieden in Spanje. Vorige week presenteerde Hilbers de achtste gids: Cévennes and Grand Causses, in Frankrijk. De gidsen zijn inmiddels te koop in gespecialiseerde reisboekhandels in alle landen van West-Europa.
De Crossbill Guides zijn onderverdeeld in vier hoofdbestanddelen: landscape, flora and fauna, een practical part met routes en tourist information and observation tips. ‘Het streven is’, aldus Hilbers, ‘om altijd onder de 224 pagina’s te blijven’, maar dat is bij de laatste gids niet gelukt. ‘Dat komt doordat de Cevennen zowel bij natuurliefhebbers als bij wandelaars enorm geliefd zijn. We wilden beide groepen zo goed mogelijk bedienen. En dan zit je toch met die vijftig soorten orchideeën die je in het boek wilt hebben.’
Ook leunstoelreizigers blijken de boeken interessant te vinden. Onlangs bestelde een vrouw alle acht gidsen bij de KNNV, de uitgever waarmee Hilbers samenwerkt. Hilbers: ‘Die vrouw zei: ik kan niet meer reizen, als ik erover kan lezen, dan ben ik er toch een beetje geweest.’
Tot nu toe schreef Hilbers de meeste teksten zelf, maar dat zal veranderen. ‘Hoe meer gidsen we hebben, hoe meer we moeten actualiseren. Dat is veel werk. En op sommige terreinen weten anderen meer dan ik. In de toekomst zal ik wat meer de rol van kwaliteitsbewaker gaan spelen.’
Vaak werkt de stichting samen met plaatselijke organisaties. Lokale overheden willen nog weleens financieel bijspringen. Dirk Hilbers: ‘Maar het blijft knokken voor iedere gids. De eerste keer dat ik een gebied binnenliep, in Polen, dacht ik echt: ‘Hoe ga ik dit aanpakken? Ik kon niets laten zien, dus probeer dan maar eens hulp te krijgen. Maar je leert steeds meer. En ik vind het ook leuk om overal bij natuurkenners, lokale experts en burgemeesters op bezoek te gaan.’
Het is een romantisch bestaan, zegt hij. ‘Ik ben wekenlang in fantastische natuurgebieden en ik kan daar iets tastbaars mee doen. Mijn werkplek is dan een tafeltje voor mijn tent. Het mooiste vind ik de overgangen. Vorig jaar, in Hongarije, kampeerde ik langs een riviertje, met het geluid van bijeneters die langsvlogen en met een vos die in de tent het eten wilde jatten. En toen moest ik opeens mijn pak aan en zat ik in de autospiegel mijn haar goed te doen, vanwege een afspraak met een hotemetoot.’
De Crossbill Guides Foundation kan nog even door. ‘We hebben een lijst van vijftig gebieden die we zeker nog willen beschrijven.’ Op die lijst staat tenminste één Nederlands gebied: De Wadden. ‘Dat is voor Europa unieke natuur.’
Caspar Janssen